Over Dutch Veteran

Een veteraan, gemoeid met lotgenoten, met PTSS belast. Een missie, die nooit voorbij zal gaan...

Medal Parade

De schoenen gepoetst, schoon tenue en vol in ornaat meldde ik me op de Oranje Kazerne in Schaarsbergen. Tussen de legeringsgebouwen stelde elke compagnie zich op. Het was koud.. Zeer koud!

De familie had zich in de bar verzameld en had zich na een kop koffie met cake verzameld op het plein. Na een enkele minuut achter elkaar, werden de Compagnieën afgemarcheerd naar het bataljonsplein, waar de muziek zich warm speelde.

Ik keek rond.. Om mij heen zag ik grauwe gezichten van mijn peletonsleden. Mensen in mijn Compagnie die (vertekend) geheel in zichzelf waren gekeerd. Hier en daar werd een beetje gelachen, maar iedereen besefte dat dit als laatste ‘nog even gedaan moest worden’.
Na een kwartiertje klonk het “Geef acht” door onze Compagnies Commandant en liepen we achter de Bravo Compagnie het plein op.

Uit de speakers klonken de volgende woorden;

“Dames en heren, hier ziet u de Charlie Compagnie. Graag uw applaus voor deze mensen, welke het gedurende de uitzending het zwaarst te verduren heeft gehad! Meerdere gewonden en ongelukken hebben gekend.. Dames en heren, de Charlie Compagnie”!

Even later werden de medailles uitgereikt en keek ik om me heen, maar kon nergens mijn ouders vinden. Vreemd genoeg waren zij, door de kou, naar binnen gegaan en hadden de opspelding van de medaille gemist.

Nederlandse herinneringsmedaile VN

Met trots zal ik deze medaille dragen. Met trots, maar ook zal deze medaille mij doen herinneren aan de angst, het verdriet, de pijn van gemis, maar ook, wanneer ik kijk naar mijn medailles, zal ik de opgebouwde band nimmer vergeten!

De band die we (gewild of ongewild) in onze uitzending hebben opgebouwd, zal altijd blijven bestaan.

Aankomst Nederland

De volgende ochtend stond iedereen met een fikse kater op. Het laatste appèl werd gehouden, de slaapzakken werden opgestapeld in een container, omdat we deze niet meer nodig hadden (en ook niet meer terug zouden (willen) zien) en na een gebakken eitje in het Holland House, stelden we ons op om in de bussen te stappen voor vervoer naar de luchthaven.

Veel weet ik er niet van, maar de rit naar de luchthaven leek mij wel erg lang. Mijn idee lag de luchthaven dichterbij, maar pas toen ik in het vliegtuig zat, kon ik weer een beetje ‘leven’.
Op de heenweg hadden we een ‘afgedankt’ vliegtuig, op mijn verlof hadden we twee keer een toestel van Croation Airlines, maar nu zaten we in een supergroot, nieuw en super deluxe toestel van een nieuwe Engelse maatschappij, Air2000.

Nadat langzaam de motoren werden gestart en we richting de startbaan reden, werd het stiller en stiller en zag je bijna iedereen door de raampjes turen. Toen het vliegtuig los kwam van de startbaan begon iedereen luid te juichen! We waren ‘los’ van het land! We zouden nooit meer terug hoeven gaan!

Tijdens de vlucht werd ons door de vliegtuigmaatschappij een maaltijd aangeboden en mochten we ook wat te drinken kiezen. Bij de keuze zat ook alcohol (wijn of bier) wat door iedereen werd gekozen. De stewardessen wisten zich geen raad en hadden dit nog nooit mee gemaakt, maar het feestje ging door in de lucht.

Toen we het Nederlandse luchtruim binnen kwamen, steeg weer een gejuich op. Al vroeg werd de landing ingezet, maar we konden geen referentie geven waar we precies zaten. Buiten was het al donker, omdat het winter en dus al vroeg donker was, maar toen de lichten aan gingen van het vastmaken van de riemen, werd iedereen ‘nerveus’. Weer werd er gejuicht toen de banden de landingsbaan raakte en nadat ook het neuswiel op de grond was, net zoals bij het stilstaan van het toestel, was het gejuich overweldigend. De Missie was voorbij!

Na een kleine toespraak ging de deur naar de gate open en mochten we voet zetten op Nederlandse bodem. Toen ik de deur uitliep stond daar blijkbaar iemand ons op te vangen, maar de uitgestoken hand liep ik geheel voorbij. Pas bij het eindappél viel het kwartje; de Minister Voorhoeve van Defensie was de persoon die iedereen een welkoms-handje wilde schudden. Ach, ik wilde zo snel mogelijk naar mijn familie en naar mijn vriendin.

“Heren, uw missie is geslaagd”, begon de Minister. “U heeft het afgelopen half jaar zich ingezet voor Vrede en Veiligheid. Uw taak was moeilijk, maar u heeft zich uitermate moedig gehouden en uw taak volbracht! U bent allen heelhuids terug gekeerd…..”

‘Heelhuids?’ Was mijn gedachte.. ‘Allen heelhuids.. En Edwin dan? Of Jeroen?’ En de rest heb ik niet gehoord, omdat mijn gedachten als een flits naar die momenten gingen. Ik hoorde nog; “..Brengt groet!”, en nadat iedereen in de houding was en de groet bracht, was ik te laat om de groet nog te brengen, omdat iedereen al ‘los gelaten’ was..

In tegenstelling tot ons verlof, konden we bij de Douane direct door lopen, zonder dat men onze paspoorten wilde inzien. En nadat we bij de bagagebanden kwamen was het nog lang wachten op onze tassen. Toen deze uiteindelijk op de band verschenen en men zijn tas er uit viste, werd eerst afscheid genomen van elkaar, naar waar de eerste door de deuren gingen en bij elke opening van de deuren er luid gejuich klonk van het thuisfront, welke aan de andere kant stond te wachten.

Het geluk wat ik had, toen ik tijdens mijn verlof als eerste mijn tas had en al eerste door de deur mocht, hoe ongelukkig het nu was, toen ik samen met een collega naar een lege bagageband keek, maar nog niet onze tassen in bezit hadden. Een Adjudant gaf aan, dat we direct aangifte moesten doen van vermissing, maar daar had ik geen zin in. “Rot op met die tas.. Ik wil nú naar mijn familie!”, riep ik uit. Achter mij hoorde ik een stem zeggen; “Gerald, wat is er aan de hand?”, en ik keek om en zag mijn neef, welke werkzaam was bij de Koninklijke Marechaussee.

Na een korte uitleg wat er was gebeurt, kon hij mij gerust stellen dat ‘een versnelde procedure’ zou worden toegepast en dat dit maar een enkele minuut zou duren. Intussen zou hij de familie inlichten. In een klein kantoortje vlakbij, werden kopieën gemaakt van onze Militaire Paspoorten en onze adresgegevens genoteerd. “De rest vullen wij wel in”, werd er door de collega van de Marechaussee gezegd, waarna wij begeleidt werden door de Douane naar de ontvangsthal.

Daar stond iedereen nog te wachten en na door mijn vriendin te zijn omhelsd, zag ik mijn Oma staan. Ik liep op haar af en tranen biggelden over mijn, maar ook haar wangen. “Het is zo apart”, begon ze, “Opa stond ook zo, toen hij terugkwam uit Indië, ook hij had zijn spullen niet meer toen hij uit de oorlog kwam!”

Toen snel naar huis gereden, waar ik die avond (nog steeds in Militair Tenue) alleen maar op de bank zat, niets zeggend en alles in mij opnemend..

Het zat er op!

Rotatie

Eind die middag, begin de avond, kwamen we aan op kamp Pleso in Zagreb. Ondanks dat ik er drie weken (bijna) had gebivakkeerd, kon ik me weinig herinneren waar telefoons stonden om te kunnen bellen. Na een telefoonkaart te hebben gekocht in het Holland House en daarbij gevraagd te hebben, waar de dichtstbijzijnde telefooncel stond, belde ik naar huis.

“..Gijsbertsen..”, klonk het aan de andere kant. “Mam, met mij.. Ik ben in Zagreb.. Ik kom naar huis..” Veel kon ik niet meer zeggen. Het was alsof mijn missie en uitzending er toen pas op zat.

Na de telefoonkaart te hebben opgebeld, ben ik terug gegaan naar de bar. Hier was men in opperste sfeer. Niet alleen wij, die roteerde, maar ook de mensen die op Pleso waren gestationeerd, hadden een geweldige avond. Na meerdere biertjes en Malibu-Cola, hebben we ons mandje maar opgezocht.

De ochtend daarna, zijn we met een aantal eerst langs de admeur gegaan, om hier een voorschot in Duitse Marken te halen, om vervolgens in de PX-shop sigaretten te halen. Niet alleen sigaretten, maar ook parfum, chocola, flessen drank en prulletjes, zoals een videocamera, discman en nieuwe sportschoenen te kopen. Natuurlijk geldt dat er maar twee sloffen per persoon gekocht mochten worden, maar veel van ons kochten de sloffen voor een ander en dus ook voor mij.

Natuurlijk mocht de ‘dubbele Whopper-Cheese’ ook niet ontbreken. Na de spullen in de tassen te hebben gedaan en de tassen te hebben ingeleverd, was het al vroeg feest. Voor eten hadden we geen tijd en ondanks dat er pas vanaf 20:00 uur drank verkocht mocht worden, zaten de meesten al vanaf 16:00 uur aan de drank. We hadden de Holland Bar ‘ingenomen’ en hoe later het werd, des te drukker de bar werd. Niet alleen de Charlie Compagnie, maar ook leden van het Zweedse Bataljon, Amerikanen en zelfs een enkeling van PakBat (Pakistan) probeerde ons feest mee te maken.

Het was één groot feest! Iedereen zou weten dat wij Roteren. Voor ons zat het er op!

Onderweg naar huis

We draaiden ons nog één keer om en keken door de achterruit van de bus, naar de enclave. Sommigen staken de middelvinger omhoog en riepen; “Zak in de stront! Het 13e, succes!” Mijn gevoel was dubbel..

Aan de ene kant kon me de enclave en deze mensen mij niets meer boeien, tenslotte hadden we geen vrede kunnen brengen en waren we meer in ‘gevecht’ met de bevolking (zowel Serven als Moslims), dan dat we iets konden betekenen. Ook het mandaat was oneerlijk, waardoor we wel wilden, maar niet mochten, of hadden gekund, maar juist daarom niet gedaan! Ook het langzaam uitdunnen van onze voorraden, diesel, eten, maar ook het niet toelaten van middelen en post. En wat deden wij? We accepteerde het, omdat we hiertegen niet mochten optreden!

Aan de andere kant heb ik het gevoel, dat ook het 13e niets kan oplossen en enclaves zoals Gorazde en de onze ook al door de Serven waren uitgedund in voorraden. Het zou toch wat zijn, wanneer de Servische Militie deze enclaves tot zich zullen nemen. Kortom gaat alles over macht en stukken grond. Maar de overhand krijgt mijn steun in gevoel: “Het is nu niet meer mijn pakkie an! Ik ga naar huis!”

Iron en Yellowbridge waren we snel voorbij en voordat ik het wist zaten we op de snelweg naar Zagreb. Een last viel van mijn schouders en het gejuich steeg (weer) op toen we het bord ‘Zagreb 346km’ zagen.
Nu nog maar een paar uur en we waren op kamp Pleso.

Toch een clearence!

Nadat we de moed al hadden opgegeven, werd ik door Roelof Kl.D. luid gewekt! “Gijs, wakker worden.. Jullie vertrekken over anderhalf uur! Verzamelen voor op het plein!”, en voor ik het wist, was de deur van de prefab al weer dicht. ‘Fock’, dacht ik nog, ‘Hoe laat is het?’ En ik keek op mijn horloge en zag dat het 06:15 was. Langzaam besefte ik dat ik naar huis ging.

Er was te weinig tijd om überhaupt naar huis te bellen en ergens hield ik nog steeds rekening met een wellicht langere reis. Eerst Yellow- en Ironbridge over, dan nog de steengroeve waar vorig konvooi werd gegijzeld, maar wanneer we op de grote weg zouden zitten.. ‘Ach’, dacht ik, ‘Ik bel wel als ik veilig in Zagreb zit!’ En snel pakte ik mijn slaapzak in en pakte mijn tas. Deze had ik gelukkig al klaar staan, dus was ik één van de eerste op het plein.

‘Je kunt nog eten of een lunchpakket maken, want de keukengroep van het 13e heeft de eetzaal open gegooid’, waarop mijn antwoord was, dat ik aan koffie en een peuk voldoende had.. ‘Het 13e had het voedsel nog hard nodig’, dacht ik nog. Langzaam begonnen meer mensen zich rond de bus te verzamelen, waarbij door iedereen flink werd gerookt. Opeens klonk het woord: “Rotatie, opstellen,”

Nadat de koppen waren geteld en een laatste briefing gegeven werd over de route en wat we kónden verwachten, stegen we de bussen in. Ik ging achterin zitten, zodat ik de bus kon overzien. We waren het er allemaal over eens, dat we snel mogelijk uit deze enclave wilden. Zo snel mogelijk hier vandaan. En na een klein kwartiertje werden de motoren gestart en keken we een laatste keer naar onze compound..

“Nooit meer…” Mompelde ik, waarop iemand naast me mij aankeek.. “Nee, nooit meer!”, antwoordde hij mij terug.

Het lange wachten is begonnen

Srebrenica – 4 t/m 11 januari 1995

Oud & Nieuw hadden we gehad en we keken uit naar de rotatie-ronde. We waren er allemaal ‘klaar mee’ en ik was het zeker. Ik zat bij de tweede grote rotatie en nadat de eerste ‘kleine’ groep roteerde en onderweg naar Zagreb was, begon het opleveren. Mijn shelter werd ge-inventariseert en werd overgedragen aan Dutchbat III en dat was wel een raar moment. Ineens had je de verantwoording niet meer.

toen ook de grote meute van het 13e voor de poorten van de enclave stond en we deze met luid applaus ontvingen, had ik het gevoel dat het er op zat. Ja, oké, we moesten nog uit de enclave en terug naar Amsterdam, maar dat was een formaliteit toch? Het 13e werd over de compound rond geleidt en ’s avonds in de eetzaal en in de bar was het drukker dan ooit! We zaten tenslotte met dubbel mankracht van twee groepen en ’s avonds kwamen de vragen van het 13e, beantwoord door ons van het 12e. “Goh”, dacht ik steeds, “Een half jaar geleden zat ik net zó. En wat is er allemaal gebeurd in het half jaar…”

ook werden er over en weer camera’s, discmans en andere elektronica uitgewisseld. We wilden niet weer een gehele strip mee maken en ook werden foto-rolletjes goed verstopt in onze bagage, zodat ook deze mee de enclave konden worden uit gesmokkeld. De slaapplaatsen werden door het 13e ingenomen en het wachten was op een telefoontje uit Pale, voor ons laatste clearence. En ja, we bleven weer wachten. Met het thuisfront had ik afgesproken dat, wanneer we clearence kregen, ik zou bellen. Maar dit telefoontje bleef uit!

slapen kon ik niet, dus lag ik met open ogen op mijn rug naar het kale plafond van de PreFab te kijken en mij te bedenken wat ik als eerste zou doen, wanneer ik Nederland zou zijn. Dat hielp, want om 4:00 viel ik in slaap.